‘Ik weet wat ik wil zeggen, maar het woord komt niet’

Laatst bijgewerkt op 12 oktober 2026 | 16:05

Dignis-bewoner Coba Drenth over leven met afasie

Coba Drenth staat in de supermarkt en weet precies wat ze nodig heeft: jam. Ze ziet het potje voor zich, weet waarvoor ze het gebruikt en ongeveer waar het in de winkel staat. Alleen dat ene woord wil niet komen. “Ik weet dan wel wat ik wil hebben, maar ik kan niet op het woord komen. Dan zeg ik bijvoorbeeld: ik zoek iets voor op mijn brood.”

Soms begint ze te omschrijven en vraagt ze een medewerker om hulp. Die begrijpt meestal wel wat ze bedoelt en helpt haar verder. In het begin vond Coba zulke momenten lastig. Inmiddels weet ze hoe ze zichzelf kan redden.

Bijna twee jaar geleden kreeg Coba een beroerte. Daarna waren woorden die altijd vanzelf kwamen ineens moeilijk bereikbaar. “Het is soms net een laatje dat niet opengaat. Je weet dat het erin zit, maar je kunt er op dat moment niet bij.”

Ineens waren de woorden weg

Na haar beroerte werd vooral het spreken van het Nederlands moeilijker. Woorden vinden en uitspreken kostte ineens veel meer moeite. Met hulp van een logopedist ging Coba aan de slag met haar taal.

In die eerste periode had ze ook een kaartje bij zich waarmee ze kon aangeven dat communiceren voor haar moeilijker was. Dat kon ze bijvoorbeeld laten zien wanneer ze ergens niet uit haar woorden kwam. Inmiddels heeft ze dat kaartje niet meer nodig.

“Ik moet nog steeds wel eens nadenken over een woord. Maar meestal komt het uiteindelijk wel. Het duurt gewoon wat langer.”

Opvallend genoeg gebeurde er tegelijkertijd iets bijzonders met andere talen. Haar Engels werd juist beter. Een Engelse vrouw met wie ze sprak, merkte verbaasd op hoe goed Coba ineens Engels sprak. Ook Duits gaat haar gemakkelijker af dan voorheen; Duitse films kan ze goed volgen. Haar Gronings is eigenlijk altijd hetzelfde gebleven.

Een andere manier om iets te zeggen

Wanneer een woord niet komt, probeert Coba niet eindeloos naar precies dat ene woord te zoeken. Ze heeft geleerd om een andere route te nemen. “Ik leg het dan anders uit. Als ik het woord niet weet, probeer ik te vertellen wat ik bedoel.”

Dat omschrijven is voor haar een belangrijke manier geworden om gesprekken toch voort te zetten. Ze merkt bovendien dat mensen haar meestal gewoon begrijpen als ze zichzelf wat extra tijd geeft.

Waar ze minder behoefte aan heeft, is als anderen voor haar invullen wat ze probeert te zeggen. “Soms zegt iemand: zo zeg je dat. Eén keer vind ik niet erg. Maar niet steeds. Ik moet het ook zelf doen.”

Vooral kort na haar beroerte vond ze het moeilijk als mensen haar verbeterden. Inmiddels kan ze dat gemakkelijker aangeven. Als iemand te veel helpt, zegt ze gewoon dat ze liever zelf naar het woord zoekt. “Je hoeft er ook niet steeds over door te gaan. En je hoeft mij niet zielig te vinden.”

 

Een grote verandering

Na haar beroerte veranderde er meer in Coba’s leven. Ze verhuisde naar een woning bij Dignis, nadat ze 36 jaar in haar huis had gewoond. Dat was een flinke overgang. Zelf dacht Coba dat thuis wonen nog wel mogelijk was. Haar kinderen maakten zich echter zorgen, met name over de trap en het risico dat ze zou vallen.

De verhuizing heeft invloed gehad op haar sociale contacten. Met haar oude buren heeft ze nog steeds contact, maar ze ziet hen minder vaak nu ze niet meer bij elkaar in de buurt wonen. Volgens Coba komt dat vooral door de verhuizing en niet door haar afasie.

Ook gesprekken met andere mensen zijn volgens haar niet wezenlijk veranderd. Wel merkt ze dat groepsgesprekken soms wat lastiger zijn. Er gebeurt veel tegelijk en er is minder tijd om rustig naar een woord te zoeken. Eén-op-één-contact vindt ze daarom vaak prettiger.

Geef iemand volgens haar vooral tijd. Praat rustig, doe dingen stap voor stap en kies waar mogelijk voor één-op-één-contact.

Meer tijd nodig

Ook op andere momenten merkt Coba dat taalverwerking meer tijd vraagt. Ondertiteling op televisie lezen is bijvoorbeeld moeilijker geworden. “Dat gaat vaak veel te snel.”

Dat geldt eigenlijk ook voor gesprekken. Wanneer iemand snel praat of meteen doorgaat terwijl Coba nog naar een woord zoekt, wordt communiceren lastiger. Daarom heeft ze een duidelijke boodschap voor medewerkers die met mensen met afasie werken: “Rustig aan doen. Niet drammerig zijn en gewoon normaal doen.”

Geef iemand volgens haar vooral tijd. Praat rustig, doe dingen stap voor stap en kies waar mogelijk voor één-op-één-contact. “Niet zo gehaast. En als het een keer niet lukt, is dat ook niet erg. Dan doen we het samen.”

Sinds haar beroerte merkt Coba daarnaast dat ze meer moeite heeft met het onthouden van afspraken. Zo vergat ze twee keer een afspraak bij de doktersassistent om bloed te laten prikken. Daarom heeft ze een praktische tip voor anderen die hiermee te maken hebben: zet een herinnering in je telefoon of vraag mensen in je omgeving om afspraken en belangrijke informatie voor je op te schrijven. Zo hoef je niet alles zelf te onthouden.

“Ga jezelf niet dwingen”

Coba heeft een boodschap voor mensen die zelf afasie krijgen. Vooral in het begin kan het frustrerend zijn als woorden die je altijd kende ineens niet meer komen. Maar jezelf dwingen helpt volgens haar niet.

“Maak je niet druk. Het komt vanzelf wel weer. Ga jezelf niet dwingen, want dan wordt het alleen maar erger. Dat werkt niet voor je hersenen.”

Herstel kost tijd. Bij Coba ging dat stap voor stap. Nog steeds zijn er woorden die soms even niet komen, maar ze weet inmiddels wat ze dan kan doen: omschrijven, opnieuw proberen of iemand om hulp vragen.

Op hoe ver ze inmiddels is gekomen, is ze trots. “Ik heb er hard voor gevochten.”

En dat is ook wat ze anderen vooral wil meegeven. Afasie betekent niet dat wat iemand wil zeggen verdwenen is. Soms is het woord er nog steeds, alleen gaat dat ene laatje even niet open. “Er is hoop dat het beter wordt. Geef jezelf vooral de tijd.”

Meer artikelen

Ondertekening Groninger Mantelzorgakkoord
Nieuwe elektrische Dignis Vriendenbus
Samenwerkingsovereenkomst wonen en zorg in de Gabrielflat ondertekend