Home Zorg in de laatste levensfase
Heeft u er weleens over nagedacht welke zorg en begeleiding u zou willen ontvangen in de laatste fase van uw leven?
Op deze pagina leest u in het kort hoe wij bij Dignis omgaan met de medische zorg in de laatste levensfase. Wanneer u in één van onze verzorgingshuizen komt wonen, bespreken we dit onderwerp zo snel mogelijk met u. Dit gesprek voert u samen met uw Eerst Verantwoordelijk Verzorgende (EVV’er) en de huisarts. Als u dat wilt, kan ook een vertegenwoordiger of naaste aanwezig zijn.
Voor de leesbaarheid gebruiken we de ‘hij’- vorm. In plaats van hij, hem, bewoner kan ook zij, haar, bewoonster gelezen worden. Voor familie kunt u ook andere naasten invullen. Wanneer er op deze pagina sprake is van behandeling, wordt hiermee medische behandeling bedoeld.
We beschouwen onze cliënten als zelfstandige mensen met eigen wensen en verwachtingen die kenmerkend zijn voor hun levensfase.
Onze uitgangspunten zijn:
Bij cliënten van een verzorgingshuis zal zich in een vroeger of later stadium een situatie voordoen, waarin de geestelijke en/of lichamelijke toestand achteruitgaat. Er kan dan een moment komen, waarop een beslissing genomen moet worden over wel of niet behandelen. Dit zijn moeilijke beslissingen, waarbij steeds een zorgvuldige afweging gemaakt wordt van de totale situatie. Keuzes zijn nauw verbonden met normen en waarden en behoeftes van de cliënt, maar ook met de verantwoordelijkheid van de huisarts. In de regel zullen cliënt, familie en arts samen in goed overleg hierin een besluit nemen. Het resultaat van deze afweging kan zijn dat er wordt afgezien van een levensverlengende behandeling. De zorg zal dan vooral gericht zijn op het welbevinden en de kwaliteit van leven van de cliënt. We richten ons dan volledig op het bestrijden van klachten en verminderen van pijn, benauwdheid, misselijkheid en dergelijke.
Wij adviseren u om in gesprek te gaan met uw huisarts over het medisch beleid in de laatste levensfase. Hierbij kunt u denken aan afspraken over onder andere kunstmatig toedienen van vocht en voeding, ziekenhuisopname, reanimatie of medicatie. Wij zijn graag op de hoogte van deze afspraken en zullen deze in het zorgdossier opnemen. Zo kunnen wij, ook in acute situaties, op basis van deze afspraken handelen. Uiteraard kunnen afspraken later worden bijgesteld, als bijvoorbeeld de situatie is gewijzigd of uw opvattingen veranderd zijn. Ook als u hierover niet met uw huisarts in gesprek bent geweest zal uw EVV-er u vragen hoe u denkt over reanimatie (zie hoofdstuk 6). Voor iedere cliënt leggen wij vast of hij wel of niet gereanimeerd wil worden.
Een wilsverklaring is een geschreven document, waarin de persoonlijke wensen zijn verwoord voor het moment, waarop men zelf wilsonbekwaam is geworden. Het document is door de opsteller zelf ondertekend. Als een cliënt zo’n verklaring heeft opgesteld, is het belangrijk, dat familie en de huisarts hiervan op de hoogte zijn. Het is echter ook van belang, dat de verwachtingen (wensen en grenzen) van de familie bekend zijn bij de bewoner en Dignis. Dit voorkomt, dat er besluiten genomen worden in acute situaties, die de bewoner misschien zelf niet had gewild. Er zijn twee vormen van een wilsverklaring. In een negatieve wilsverklaring wordt aangegeven in bepaalde omstandigheden af te willen zien van behandeling, een zogenaamd behandelverbod. De arts moet een behandelverbod respecteren, tenzij er bijzondere redenen zijn om daarvan af te wijken.
In een positieve wilsverklaring wordt in bepaalde omstandigheden om een specifieke (be)handeling gevraagd. De arts kan besluiten op grond van professioneel oordeel of gewetensbezwaren die handeling niet uit te voeren. In dit geval kan een tweede arts geraadpleegd worden. De formulering van de verklaring moet zo zijn, dat er geen
twijfels kunnen bestaan over iemands wensen.
Eten en drinken zijn een noodzakelijke levensbehoefte, maar het kunstmatig toedienen van vocht en voeding kan in bepaalde situaties meer nadelen dan voordelen hebben voor de cliënt. We zullen altijd vocht en voeding blijven aanbieden zolang de cliënt dit nog tot zich kan en wil nemen. Hij maakt zijn eigen keuze als hij hiertoe bekwaam is. In alle situaties en ongeacht de uitkomst van overleg blijft de huisarts eindverantwoordelijk.
Wij hebben veel middelen om cliënten zo goed mogelijk te verzorgen en te behandelen in hun eigen omgeving. Natuurlijk zijn er in een ziekenhuis meer mogelijkheden zoals hartbewaking, beademing en intraveneus infuus. Wanneer het noodzakelijk is en passend binnen de gemaakte (beleids)afspraken, wordt een cliënt verwezen naar het ziekenhuis. Een ziekenhuisopname wordt altijd in overleg met de huisarts, cliënt en/of diens vertegenwoordiger geregeld.
Als u bij ons komt wonen, zullen wij u vragen of u wel of niet gereanimeerd wilt worden. In het intakegesprek benoemen wij dit onderwerp. We vragen u erover na te denken, als u uw wensen hierover nog niet hebt vastgelegd. Na een paar weken praten we er nog eens over en willen dan graag afspraken hierover maken.
Diverse belangenverenigingen hebben een richtlijn over reanimatie bij kwetsbare ouderen opgesteld. Over het algemeen geldt, dat ouderen – als zij verschillende aandoeningen tegelijk hebben – een kleine kans hebben op overleving na reanimatie. Als ze het wel overleven, verslechtert daarna meestal de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Hierdoor neemt de kwaliteit van leven af.
U kunt dit onderwerp bespreken met uw huisarts, het is echter niet verplicht. Uw huisarts kan u wel realistische informatie geven over de kans op een succesvolle reanimatie, gebaseerd op uw medische voorgeschiedenis en gezondheidssituatie. Als hij denkt dat reanimatie zinloos is, zal hij dat met u bespreken. Hij kan ook uw vragen beantwoorden. U kunt dan tot een weloverwogen reanimatiebesluit komen, dat past bij uw levensdoelen en
situatie. Wij adviseren u ook om dit onderwerp en uw besluit met uw partner, kinderen of andere naaste te bespreken.
Vastlegging van dit besluit vindt plaats in een verklaring. U ontvangt van ons een exemplaar dat u kunt invullen. De verklaring wordt door u en uw vertegenwoordiger getekend. De afspraken worden ook vastgelegd in het zorgdossier (ECD). Rond het levenseinde kunnen we u dan de (medische) zorg bieden die op uw wensen is afgestemd. Als er een verandering in uw situatie optreedt, zullen we het eenmaal genomen besluit opnieuw bespreken.
Een wel-reanimatiebesluit geldt voor ouderen die wel gereanimeerd willen worden én een redelijke kans hebben op overleving zonder schade. Bij zo’n besluit wordt reanimatie opgestart na een hartstilstand. Op de afdeling wordt op verschillende manieren kenbaar gemaakt, met wie een wel reanimatiebesluit is afgesproken.
Een niet-reanimatiebesluit geldt voor ouderen, die er zelf voor kiezen niet gereanimeerd te willen worden òf als de behandelaar verwacht dat reanimatie zinloos is. De arts neemt alleen een niet-reanimeerbesluit als hij verwacht dat er zeer weinig kans is dat iemand de reanimatie overleeft en deze bij overleving een grote kans heeft op ernstige restklachten. Bij een niet-reanimatiebesluit wordt alle medische zorg geboden, die mogelijk, nodig en afgesproken is.
Als in het ECD is opgenomen, dat er wel gereanimeerd wordt bij een acute hartstilstand, zal de reanimatie met de EHBO kennis en vaardigheden bij het dan aanwezige personeel
zo goed mogelijk worden uitgevoerd. Er is altijd een BHV’er aanwezig die kan reanimeren.
Meer informatie vindt u op www.thuisarts.nl en www.verenso.nl
Naast het medisch beleid zijn er rond het levenseinde ook levensbeschouwelijke en zingevingvraagstukken aan de orde. De mening en wensen van de cliënt en/of vertegenwoordiger horen wij graag. De bespreking van het zorgleefplan is een geschikt moment om hierover te praten, maar er zijn ook andere gelegenheden.
Heeft u vragen over deze onderwerpen of wilt u graag een gesprek, neem dan contact op met de EVV’er of uw huisarts.