Home Onbegrepen gedrag bij mensen met dementie
Voor onbegrepen gedrag worden verschillende termen gebruikt, zoals probleemgedrag, moeilijk hanteerbaar gedrag of veranderend gedrag. Het kan gaan over klagen, herhaaldelijk gedrag, onrust, loopdwang, kwaadheid, argwaan, apathisch en agressief gedrag.
Om goed met het gedrag om te gaan, is het van belang het gedrag te begrijpen. Hierbij is enige uitleg nodig over de werking van onze hersenen. Onze hersenen zijn onderverdeeld in vier lagen. Deze lagen zijn verdeeld in twee helften.
Laag 1 en 2 zijn de twee onderste lagen:
Laag 3 en 4 zijn de twee bovenste lagen:
Bij gezonde hersenen werken de vier lagen samen, dat houdt in dat het denkende brein het emotionele brein in bedwang kan houden. Je kunt daarom bedenken of je gaat schelden of eerst tot 10 telt en dan ervoor kiest om op een rustige manier te reageren.
Bij mensen met dementie is het bovenbrein beschadigd, dus het denkende brein. Hierdoor reageren mensen met dementie alleen met hun onderbrein het emotionele brein. Je kunt niet meer bedenken of je gaat schelden of tot 10 gaat tellen, je gaat gewoon schelden. Zo begrijpt de dementerende de situatie.
Onbegrepen gedrag is een verschijnsel dat bij dementie hoort. Het wordt veroorzaakt door de ziekte zelf en ook lichamelijke, persoonlijke en psychische factoren kunnen een rol spelen. Bijvoorbeeld iemand die slecht slaapt, kan de volgende dag slecht gestemd zijn. Maar ook door invloeden uit de omgeving. Deze omgeving kan gunstig en ongunstig zijn. Een gunstige omgeving geeft minder probleemgedrag, een ongunstige juist meer.
In een ongunstige omgeving zijn te veel of te weinig prikkels. In beide gevallen ontstaat er chaos in het hoofd. Een mens met dementie verwerkt het tekort of teveel aan prikkels door dwangmatig lopen, dwalen, tikken, wrijven, wiebelen, geluiden maken of roepen. Hierdoor ontstaan vaak ook de meeste val momenten.
Een gunstige omgeving creëer je door in te spelen op wat een mens met dementie leuk vindt. Denk aan een leuke, eenvoudige film, een makkelijk spel, voorwerpen van vroeger, muziek uit de jeugd of gezellig tafelen. Een bekend lied of geluid zorgt ervoor dat onrustig gedrag weer rustig gedrag wordt. Uiteraard is het belangrijk te weten wat voor film of welke muziek in de jeugd van iemand bekend was.
Bij een dement brein vervaagt en verdwijnt het heden, waardoor er (meer) in het verleden geleefd wordt. Stel je voor, je bent op vakantie en je wordt wakker in een hotelkamer. Even ben je gedesoriënteerd en denk je ‘Waar ben ik?’, dit is een kort ogenblik dat je angstig bent. Want een gezond brein kan zich snel oriënteren en je weet dat je in een hotelbed in Spanje ligt. Iemand met dementie wordt iedere dag wakker in een vreemde kamer, niet de slaapkamer (van vroeger) die op het netvlies staat. Je kunt je voorstellen dat dit angstig en onrustig maakt. Mensen met dementie gaan dan op zoek naar iemand die misschien weet waar ze zijn. Als ze dan iemand tegenkomen zijn ze blij. Want ze kunnen vragen hoe ze naar huis komen. Als iemand dan reageert met `U bent thuis, kom maar een kop koffie drinken`, kan dit agressief gedrag veroorzaken. Want ze herkennen dit niet als hun huis en daar willen ze naar toe.